Een van de vele sculpturen in beeldengalerij Het Depot die mij vanaf de eerste aanblik boeide, was het beeld ‘ Sappho’ van beeldhouwer Gerhard Lentink. Hij maakte van deze Griekse dichteres een beeld, opgebouwd uit letters, letters die van de voeten naar de kruin in spiraalvorm de (niet complete) tekst vormen van een van haar gedichten. Fascinerend vond ik het om te zien hoe in dit houten beeld poëzie, beeldende kunst, vormgeving en typografie samenvielen. Onmiddellijk kwam bij mij de wens op om op basis van dit beeld een uitgave te maken die het 45-jarig bestaan van de Atalanta Pers zou vieren. Het was 2023, dus ik had nog een jaar om het idee waar te maken. Ik bezocht de beeldhouwer op zijn atelier en ook zocht ik contact met dichters die mogelijk mee zouden willen werken aan een poëtische dialoog over Sappho. Een man en een vrouw zouden het moeten zijn en natuurlijk zou kennis van de klassieken een pre of misschien wel een voorwaarde zijn. Het werd geen makkelijk traject en het zou nog een paar jaar duren voordat het plan voor deze uitgave ook werkelijkheid zou kunnen gaan worden.
Nu, drie jaar later, is het dan toch eindelijk zo ver dat de uitgave kan worden aangekondigd:
breekt mijn tong stemmen rond Psappho
De stemmen zijn die van de dichters Piet Gerbrandy en Kyrke Otto, die op verzoek van de Atalanta Pers de dialoog met elkaar aangingen. De aanleiding, de sculptuur van Sappho, werd het uitgangspunt.
De gedichten volgen associatief op elkaar en werken met verschillende stemmen thema's uit die hun aanleiding vinden in de gedichten van Psappho. Het geheel begint met de vraag wat er gebeurt als je de stem van een ander probeert over te nemen, en eindigt met de constatering dat we Psappho misschien niet hebben gevonden. Net zoals Psappho zelf er niet in slaagt contact te maken met haar geliefde(n) en door Aphrodite wordt afgescheept.
Dit alles, twee maal 10 gedichten, is ingebed in fragmenten van Psappho’s eigen poëzie: fragment 1 aan het begin en het eind van de bundel, en fragment 31 in het centrum.
RB
Over de poëzie
Over hun poëzie in breekt mijn tong zeggen de dichters het volgende:
De titel van de bundel, breekt mijn tong, is ontleend aan fragment 31 van de Griekse dichter Psappho (Lesbos, ca. 600 v.Chr.), die in latere teksten altijd Sappho wordt genoemd. In dit gedicht beschrijft zij wat er met haar lichaam gebeurt bij de aanblik van een vrouw op wie ze verliefd is: haar hart slaat op hol, haar huid vliegt in brand, haar blik wordt wazig, haar oren gonzen en ze verliest haar stem. Dit laatste is paradoxaal, want Psappho is, ondanks haar gebroken tong, in het gedicht toch zelf aan het woord. Maar daar breekt het gedicht zelf af – we hebben alleen dit fragment over.
Beeldhouwer Gerhard Lentink maakte in 2012 een beeld van Psappho/Sappho (nu onderdeel van de collectie van Het Depot in Wageningen) waarin haar lichaam wordt gevormd door de tekst van dit fragment 31. Gehuld in een pilaarachtige letterjurk maakt deze vrouw een verstilde, bijna verstijfde indruk. Tegelijkertijd is haar stem toch aanwezig, want het is haar eigen gedicht dat ze draagt.
Deze sculptuur van Gerhard Lentink werd op verzoek van Atalanta Pers voor ons, Piet Gerbrandy en Kyrke Otto, de aanleiding om een reeks gedichten te schrijven.
In Psappho’s poëzie komen enkele malen driehoeksverhoudingen voor. In zekere zin hebben de zij dat motief in praktijk gebracht, want ze gingen niet alleen in gesprek met elkaar, maar ook met Psappho. Daar komt bij dat soms een van hen Psappho weer associeerde met een andere dichter, een ander personage, of zelfs met een dier.
Dus klinken er in deze bundel vele stemmen door elkaar: van Nausikaä en Penelope, van Lucebert en Violeta Parra, van wolven en vogels. Wat gebeurt er als je de stem van een ander probeert over te nemen? Wat blijft er hoorbaar wanneer een stem stokt of breekt?
Zo is de gedichtenwisseling in dit boek een collectief stemmenspel geworden. De gedichten ontlenen betekenis aan elkaar, aan Psappho en aan al die andere sprekers. Daarom ook hebben wij besloten om in het midden te laten wie van hen welke gedichten heeft geschreven. Het is de taal zelf die het woord neemt, wij zagen onszelf slechts als vertolkers.
PG | KO
De uitvoering
De bundel is ruim van opzet. In een betiteld omslag, waarvan de kleur correspondeert met de houtkleur van Lentinks sculptuur, ligt een 44 pagina’s tellende bundel. De 22 gedichten gaan bij het eerste, het middelste en het laatste gedicht vergezeld van een afbeelding van een deel van de sculptuur van Sappho. Ook op het frontispice is daarvan een afbeelding opgenomen.
Aan het eind van het boek staat een uitgebreide verantwoording, waarin de vertaling en bronvermelding zijn opgenomen van de aan elk gedicht toegevoegde stem in de basisregel.
Alle boeken zijn genummerd en door beide dichters gesigneerd.
Over de dichters
Piet Gerbrandy (1958) studeerde klassieke talen te Leiden en doceert na een periode in het middelbaar onderwijs sinds 2006 Latijn aan de Universiteit van Amsterdam.
Hij maakt vertalingen uit het Grieks en Latijn en schrijft essays, gedichten en poëzierecensies. Gerbrandy maakt deel uit van de redactie van De Gids.
Voor zijn werk ontving hij onder meer de Herman Gorter-prijs, de Frans Kellendonk-prijs, de Jan Campert-prijs, de J. Greshoff-prijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.
Bij de Atalanta Pers verschenen eerder van hem:
2011: Moerbeivlekken (1.1.86)
2023: Alvorens in te dalen (1.1.138)
Kyrke Otto (1995) studeerde filosofie en klassieke talen aan de Universiteit van Amsterdam en volgde een onderzoeksmaster geschiedenis van de filosofie aan de Radboud Universiteit. Momenteel is ze als docente en promovenda aan de Radboud verbonden. Ze interesseert zich voor de relatie tussen filosofie en literatuur, de geschiedenis van filosofische genres, en de receptie van antieke filosofie.
Gedichten, essays en besprekingen van haar hand verschenen o.a. in De Gids, Tirade, Poëziekrant en de Nederlandse Boekengids. Sinds 2023 maakt ze deel uit van de redactie van De Gids.
Presentatie
De bundel zal op 7 maart 2026 bij het beeld van “Sappho” in Beeldengalerij Het Depot worden gepresenteerd. Een inleiding wordt verzorgd door prof. André Lardinois, hoogleraar Grieks te Nijmegen. De beide dichters lezen voor uit hun werk.
Zie de informatie onder de tab Presentatie.