Mare Vacui [ 1.1.118 - 2018 ]

Terug

11/12 - Alles is beeldend

In het zesde deel van dit webexposé sprak ik over een telkens terugkerend thema in het fonds van de Atalanta Pers: de seizoenen. Maar er is nog een thema dat als een rode draad door de vele uitgaven heenloopt en hier en daar zichtbaar wordt: de vier elementen.
Het thema is zichtbaar in uitgaven als: Elementair [ 1981 - 1.1.4 ], Elementen [ 1990 – 1.1.39 ], Kopwit [ 2006 – 1.1.72 ], Maak water [ 2008 – 1.1.76 ] en vooral in de vierdelige reeks ‘Elementen’ [ 1.1.781.1.881.1.961.1.1081.1.109 ].
De zee de zee [ 1.1.78 ] uit die reeks is een van mijn darlings. Hoewel ik de zwemkunst niet machtig ben, is water voor mij toch een favoriet element, zeker in de archetypische verschijningsvorm van de zee.
De seizoenen en de elementen dus. Ik ontkwam er dan ook niet aan om ter gelegenheid van het jubileum een uitgave te maken waarin de zee en de seizoenen bij elkaar komen: Mare Vacui [ 2019 – 1.1.118 ]. Het bundeltje verscheen eind 2018, veertig jaar nadat ik begon met het maken van boeken en enkele maanden voor de officiële start van de Atalanta Pers.

Wat alle hierboven genoemde boeken behalve het thema gemeen hebben, is het feit dat woord en beeld er altijd samen in oplopen. Het woord ‘beeld’ bedoel ik hier letterlijk. In deze uitgaven zijn het meestal foto’s, maar het kunnen natuurlijk ook zeefdrukken, linosneden, litho’s of tekeningen zijn.
Het beeldende element in een boek hoeft echter niet letterlijk te worden genomen. Er zijn diverse andere elementen die over een beeldende kracht beschikken en dus het beeld in een boek (mede) bepalen: het gebruikte papier, de gekozen letterfonts en de typografie zijn minstens even beeldbepalend als de ‘illustraties’.
Heel duidelijk blijkt dat in de uitgaven waarin die letterlijk te nemen illustraties ontbreken en het boek het louter van die andere beeldende elementen moet hebben. Ook in die categorie heb ik wel een paar ‘darlings’. Zo ben ik bijvoorbeeld nog altijd erg gesteld op de bundels Kleine avond [ 2007 – 1.1.73 ] en Moerbeivlekken [ 2011 – 1.1.86 ]. De keuze van materialen en letter, de eenvoudige maar doelmatige opmaak en het subtiele maar uitgekiende kleurgebruik maken beide bundels wat de vormgeving betreft voor mij tot zeer geslaagde uitgaven. Ik kan dan ook alleen maar blij zijn met de waardering die spreekt uit wat het juryrapport van Mooi Marginaal in 2008 vermeldde over de bundel Kleine avond:
Zoals de meeste boeken van de Atalanta Pers is ‘Kleine avond’ een verfijnd samenspel van kleuren, typografie en tekst. … Het is allemaal even perfect uitgevoerd. … De subtiliteit van de vormgeving past naadloos bij de subtiliteit en de eenvoud van de gedichten.

Er wordt me wel eens gevraagd of ik lang nadenk over de vormgeving van een uitgave. Het antwoord is nee. Alles begint uiteraard met het lezen en herlezen van de teksten. Als het goed is en het meezit, ontwikkelt zich tijdens dat leesproces doorgaans al snel een idee voor de lay-out. Toen ik de teksten nog in lood zette, was bovendien het zetwerk een vorm van close-reading die mij niet alleen nog dichter bij de tekst bracht, maar mij ook volop tijd en denkrust gaf om in de gekozen vorm zo nodig alsnog wijzigingen aan te brengen. De eerste notities en schetsen maak ik nog altijd met potlood op papier, net zoals menig auteur nog graag zijn eerste versie met pen schrijft. Ondanks de zegeningen van de digitale technieken blijf ik in dat opzicht toch nog altijd de ontwerper die lichtbak, schaar, potlood en vlakgum als nuttige gereedschappen ziet. Pas daarna volgt de digitale uitwerking van mijn ideeën. Een groot genot. Was ik vroeger aan de hoogdrukpers een uur bezig om een proefdruk in één kleur te trekken, nu zie ik binnen enkele minuten het resultaat van verschillende kleurkeuzes voor me op het scherm. Ik ben een intuïtief en snel werkend vormgever, dus ik geniet van de mogelijkheden die alle digitale middelen mij bieden, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het gemis blijft: wie eenmaal de geur van drukinkt in de neus gekregen heeft, zei meesterdrukker Emile Puetmann me ooit, zal die zich altijd blijven herinneren.

Hoewel ik voor een van de eerste Atalanta-uitgaven wegens gebrek aan de nodige contacten de linosneden zelf maakte [ Wapene Martijn uit 1979 – 1.1.2 ], lag het allerminst in mijn bedoeling om ook de beeldende kant van de uitgaven te blijven verzorgen.
Na een langdurige samenwerking met vele kunstenaars uit binnen- en buitenland die in verschillende disciplines beeldend werk maakten voor vele uitgaven, duurde het tot 1991 [ Vreemde vondsten1.1.40 ] voor ik opnieuw de ‘illustraties’ voor een uitgave maakte. Het betrof een boek dat werd gepresenteerd bij een expositie van mijn vrije werk. Zoals ik al eerder heb opgemerkt, hield ik mijn vrije werk heel bewust lang gescheiden van de boekuitgaven. Maar met de jaren is het onderdeel geworden van het totaalconcept van de boeken die ik maak.
Met uitzondering van Tegen de tijd (1996) [ 1.1.47 ] bestond tot 2002 mijn inbreng in beeldend opzicht (afgezien van de typografische) alleen uit het maken van linosneden, meestal als een soort van beeldende ‘opmerking’ op het frontispice van het boek geplaatst.
Vanaf 2002 gaan ook fotografie en film een belangrijke rol spelen. In 2003 introduceerde ik met de uitgave In hetzelfde licht [ 1.1.64 ] de term ‘fotoschilderingen’ voor een bepaalde wijze van fotograferen waarbij het (onbewerkte) beeld enigszins de uitstraling van een geschilderd beeld krijgt.
In de reeks ‘Elementen’ vormt het fotografische beeld naast de gedichten zelfs een gelijkwaardig deel van het boek. Beide lijnen, tekst en beeld, lopen samen op. Ze vergezellen elkaar, kruisen elkaar af en toe. Ze vormen een eenheid, maar blijven zelfstandig. Dat is ook de manier waarop ik het beeldende element in boeken het liefste zie toegepast. De wijze waarop ik in de reeks ‘Elementen’ vervolgens het fotografische beeldmateriaal heb aangevuld met tekstfragmenten en typografische ‘notities’ versterkt deze eenheid in vorm naar mijn idee alleen maar.
Zuiver beeldend zijn de films die ik maakte. Hoewel ze doorgaans wel deel uitmaken van een boekuitgave, spelen ze ook een andere, een onafhankelijker rol in het geheel.

Het zal u niet verbazen als ik zeg dat ik visueel ben ingesteld, dat voor mij veel, ja bijna alles beeld is. Dan begrijpt u ook dat de volgende regels van de dichter Roberto Juarroz mij lief zijn:

     Hij tekende overal ramen.

     ....

     Hij tekende zelfs ramen op deuren.
     Maar nooit tekende hij een deur.
     Hij wilde niet naar binnen en niet naar buiten.
     Hij wist dat het onmogelijk is.
     Hij wilde alleen zien: zien.

     Hij tekende ramen.
     Overal.

 

Heeft u een vraag of opmerking? Klik dan hier.

 

 

Terug